EnzymTHERAPIE

                          

                                                    EN

 

                                           RECEPTUREN  

                                                                 

  

 

SAMENSTELLING:  E. VAN LEEMPUT - DANKAART  

Voor het bestellen van een boekje met hierna volgende tekst klik hier

Voor recepturen  klik hier

 

VASOLASTICA    CEREBRASE    CHONDRASE    ATOPASE    ENZYBIOS    VISASE

 

 

Wij hebben voor de samenstelling van deze informatie de theorie van Van Leeuwen

die wij nog in ons archief hadden, integraal afgedrukt, met uitzondering van de theorie over Neoblastine

omdat dit enzympreparaat niet verder is ontwikkeld.

Ook praktische informatie over het injecteren hebben wij weggelaten omdat dit niet meer van toepassing

is bij de sublinguale therapie.

 

Verder vindt u in deze informatie een duidelijke uitleg bij sublinguale toepassing en ook 100 recepturen

waarbij wij geadviseerd werden door enkele artsen die deze preparaten toepassen.

 

Wij hopen dat wij u hiermee duidelijke voorlichting kunnen geven over producten die aangewend kunnen

worden ter preventie en ter bevordering van een gezonde algemene lichamelijke conditie.

 

BESTUUR PATIËNTENVERENIGING ENZYMTHERAPIE

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

    

 

GESCHIEDENIS VAN DE ENZYMTHERAPIE

(verkort weergegeven)

 

De geschiedenis van de enzymtherapie begint in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Deze therapie, die in vergelijking met andere natuurlijke therapieën nog naar kort bestaat, werd 50 jaar

geleden ontwikkeld door de Nederlandse biochemicus G.H. van Leeuwen.

Na een periode van experimenteel gebruik werd de enzymtherapie vanaf de jaren zeventig intensiever

gebruikt.

 

De door Van Leeuwen ontwikkelde preparaten waren:

 

Vasolastine        -     hart- en vaatziekten

Coliacron           -     ziekten van het zenuwstelsel en hormonale systeem

Rheumajecta     -     ziekten van het bindweefsel, spieren en gewrichten

Interacton         -     allergieën

Enzybios            -     afweersysteem, infecties

Oculucidon        -     oogziekten

Neoblastine       -     tumoren

 

Deze enzympreparaten onderscheiden zich van de gewone spijsverteringsenzymen die al veel langer op de

markt zijn en die voornamelijk werkzaam zijn in de spijsverterings- sappen, de zogenaamde humorale enzymen.

De door Van Leeuwen ontwikkelde enzymen werken op cellulair niveau.

Al ging in die tijd alle aandacht uit naar Vasolastine, de enzymtherapie was echter veel meer.

De biochemicus G.H. van Leeuwen ontwikkelde in totaal 7 enzympreparaten waarmee enkelvoudig of in

combinatie een groot aantal ziektebeelden konden worden behandeld.

De door Van Leeuwen ontwikkelde enzympreparaten zijn systeempreparaten.

Ze hebben een breed werkingsgebied zoals het systeem van hart- en bloedvaten (Vasolastine),

het neurohormonale systeem en het zenuwstelsel (Coliacron), het stelsel van gewrichten spieren en

bindweefsel (Rheumajecta), allergieën (Interacton), afweersysteem en infecties (Enzybios) en

oogaandoeningen (Oculucidon).

 

De sublinguale toepassing heeft hetzelfde werkingsgebied als het injecteren maar de werking is minder sterk.

Dat kan worden opgevangen door de dosis te verhogen.

In de recepturen (blz. 44 / 55) is de werkzame dosis aangegeven.

Deze sublinguale preparaten zijn nu als voedingssupplement op de markt en worden geleverd door

de apotheek. De nieuwe naamgeving is als volgt:

 

Vasolastine     -     Vasolastica

Coliacron        -     Cerebrase

Rheumajecta  -     Chondrase

Interacton      -     Atopase

Enzybios         -     Enzybios

Oculucidon     -     Visase

  

Met bovenstaande preparaten, enkel of in combinatie, kan men aanwenden ter preventie en ter verbetering

van de algemene lichamelijke conditie.

Enkele artsen die de enzymtherapie toepassen hebben ons geadviseerd bij het samenstellen van de bijna

Honderd recepturen worden in het boekje Enzymtherapie.

 

De periode voor het aanslaan van deze producten is therapie is sterk afhankelijk van de algemene lichamelijke

conditie vanaf het moment waarop men begint alsmede de bereidheid om te investeren in andere maatregelen

die de gezondheid bevorderen. De vereniging adviseert belangstellenden die een ongezonde leefstijl er op na

houden om niet met het innemen van genoemde preparaten te beginnen omdat dit dan water na zee dragen is 

en het dan onnodig kosten met zich meebrengt.

Chronische klachten die al vele jaren bestaan, reageren niet zo snel als nieuwe klachten. Kinderen reageren

doorgaans snel op de therapie, binnen enkele weken. Bij chronische klachten kan het wel enkele maanden

duren eer de therapie goed aanslaat.

 

Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn geweest in het belang van uw patiënten.

================================================================================

Enkele opmerkingen bij de theorie over de enzymtherapie door G.H. van Leeuwen.

 

Praktische informatie over de manier van injecteren is weggelaten omdat dit niet meer nodig is voor de tegenwoordige toepassing.

 

De bespreking van het preparaat Neoblastine is niet overgenomen omdat het preparaat niet verder is ontwikkeld.

 

Bij de samenstelling van het preparaat Enzybios is het onderdeel allylrhodanide vervangen door allylisothiocyanaat.Allylrhodanide mag door maatregelen van de Europese Commissie niet meer worden toegepast.

 

Bij de omzetting van de injectiepreparaten Coliacron, Rheumajecta, Enzybios en Oculucidon naar de orale preparaten Cerebrase, Chondrase, Enzybios en Visase is de stabiliserende vloeistof ethanol verhoogd tot 300 mg.

 

Belangrijk!

Volgens de Nederlandse wetgeving zijn de preparaten geen geneesmiddelen maar voedingssupplementen. Zij vallen nu onder de Warenwet. De genoemde preparaten kunnen dan ook niet als geneesmiddelen beschouwd worden en als zodanig worden toegepast. Wel kunnen de preparaten gebruikt worden ter preventie en ter bevordering van de algemene lichamelijke conditie.

 

 ===============================================================================  

 

ENZYMEN, HUN WERKING EN THERAPEUTISCHE TOEPASSING

G.H. van Leeuwen  (1909 –1993)

(De gegevens zijn grotendeels afkomstig uit het Compendium Enzymologicum.  Uitgave 1975.)

                          

Enzymen zijn complexe moleculen die bijna alle levensnoodzakelijke reacties in het organisme katalyseren.

Zij komen voor in alle cellen, zowel van micro-organismen als van  planten en dieren. Het gangbare beeld

van een enzym, n.l. het tweedelige holo-enzym bestaande uit een apo-enzym + co-enzym voldoet niet geheel

aan de ervaring opgedaan met isolatie van enzymen. Het voldoet wel indien uitgebreid tot een driedelige

structuur en wel:

 

A. Een transport- of drager-proteïne van hoog moleculair gewicht. Een drager-proteïne kan meerdere

apo-enzymen binden, ook van verschillende activiteiten, bijv. interferon met 4 activiteiten. In plaats van

een drager-proteïne fungeren ook de celmembranen als dragers van enzymen. Er zijn vrijbeweeglijke en

plaatsgebonden enzymen (desmo-enzymen).           

B. Aan het proteïne of membraan gebonden peptiden. Deze bestaan uit aminozuurketens van

verschillende lengte en ruimtelijke structuur die reversibel aan het drager-proteïne gebonden zijn.

Dit zijn de eigenlijke apo-enzymen.

 

C. Een aan deze polypeptiden gebonden actieve groep of co-enzym, bestaande uit een metaal of

metalloïd-groep, een vitamine, of een zone met beweeglijke elektronen. Hierbij dient opgemerkt te worden

dat er enzymen zijn die bestaan uit slechts één aminozuurketen, waaronder trypsine en ribonuclease

(Medizionischer Biochemie – Dr.med. Dr. S.M. Rapoport) Ook het tripeptide glutathion bestaande uit

glycine-glutaminezuur is enzymatisch actief.

 

Enzymactiviteit is alleen mogelijk met energietoevoer. Het apo-enzym ontvangt deze energie van het

ATP of CrTP in de vorm van elektronen. De energie treedt via een tweede centrum in het apo-enzym.

Mogelijk is een beperkte voorraad adenosine- of creatinefosfaat aan het drager-proteine of aan het

apo-enzym gebonden.

Het geheel is vergelijkbaar met een verplaatsbare werktuigmachine.

a. een voetstuk, tafel of wagen als drager

b. een daarop geplaatste machine die aangedreven wordt door ATP (apo-enzym)

c. het functionerend gereedschap, hamer, tang, beitel als co-enzym.

 

De aandrijfenergie is afkomstig van de glucose-oxydatie welke wordt vastgelegd in ATP of  CrTP.

Het gangbare beeld van energieaflevering is:

Voor lage energiereacties:

ATP → P + ADP + e (ladingswarmte equivalent 12.000 cal.)

Voor hoge energiereacties:

ATP → 2P + AMP + e (ladingswarmte equivalent 18.000 cal.)

Het mechanisme van deze reactie is vooralsnog onduidelijk.

Het complex a + b + c is evenals het complex b + c actief met energietoevoer, a + b is inactief, a of b of c

alleen zijn eveneens inactief.

Het activeringsmechanisme blijft hier buiten beschouwing.

  

Synthese van enzymen

 

De enzymen worden intracellulair opgebouwd in cel-organellen, de ribosomen in het endoplasmatisch

reticulum dat de cellen omgeeft. De primaire bouwstenen van apo-enzymen zijn aminozuren.

De aminozuren worden eerst door binding aan adenosine-trifosfaat geactiveerd. Deze complexen worden

door een voor elk aminozuur specifiek transport-ribonucleïnezuur aan de ribosomen gekoppeld.

In de ribosomen worden de aminozuurgroepen van deze complexen afgesplitst en met elkaar tot peptiden

verbonden in een opeenvolging en ruimtelijke configuratie die door de ligging en binding van in de ribosomen

aanwezige code-ribonucleïnezuurmoleculen bepaald wordt.

De peptiden worden daarna gekoppeld aan de proteïnen.

De transport- en code-ribonucleïnezuren worden in chromosomen in de celkern op cliché, bestaande uit

desoxyribonucleïnezuren, gesynthetiseerd (DNA).

Zoals alle celcomponenten hebben ook enzymen een begrensde levensduur, waardoor inactivering en

afbraak volgt. Een continue synthese zorgt ervoor dat altijd voldoende enzymhoeveelheden beschikbaar zijn.

De inductiestimulantia en de beheersing van deze synthesen zijn onbekend. Zij vinden hoogstwaarschijnlijk

hun oorsprong in het neurovegetatieve systeem.

  

Gestoorde enzymproductie

 

Onvoldoende synthese en onvoldoende activiteit van enzymen leiden tot functiestoringen in het organisme,

constitutionele ziekten en afname van weerstand tegen infecties.

Storingen in de chromosoomfuncties leiden tot te hoge of te lage enzymproductie of tot vorming van

abnormale enzymen. Deze storingen kunnen zowel van congenitale als van verworven oorsprong zijn.

Het is heden bekend dat onvoldoende synthese van enzymen, monosomie, de oorzaak is van cretinisme,

mongolisme, diabetes juvenilis, hypothyreose, meerdere vormen van anemie, allergische reacties,

fenylketonurie, alkapotonurie, albinisme, cystinurie en nog meer ziekten. 

  

Enzymtherapie

 

Het is een logische gevolgtrekking dat het verstrekken van bepaalde enzymen aan het organisme dat hieraan

deficiënt is, een causale therapie is voor veel ziekten.

Het organisme kan dan de storingen opheffen met eigen wapens.

  

Resorptie van enzymen

 

De grote complexen: proteïne + apo-enzym + co-enzym, kunnen in het circulatiesysteem, wanneer de afme-

tingen liggen boven de poriediameter der capillairwanden (± 300 A), door blokkering histamine-uitstorting

provoceren, waardoor allergische of anafylactische reacties kunnen optreden. Daar de drager-proteïnen

zowel individu- als orgaan- en celspecifiek zijn, zijn immunologische afweerreacties bij injecties te verwachten.

Hierbij moet echter opgemerkt worden dat proteïnen zoals insuline, gammaglobuline, zelfs totaal bloed

geen anafylactische reacties oproepen, mits bepaalde muccopolysachariden afwezig zijn (Resusfactor).

Het criterium van anafylactische reactie ligt dus niet bij het proteïne als zodanig.

De omschreven gekoppelde polypeptiden + actieve groepen (de holo-enzymen) zijn ubiquitair en kunnen

capillair poriën passeren. Anafylactische reacties komen bij injecties niet voor. 

Door afsplitsing van deze complexen van het drager-proteïne of membraan, zodanig dat een wederaan-

hechting aan drager-proteïnen of membranen mogelijk blijft en door tegelijkertijd de actieve groepen te

beschermen, zijn enzymatisch actieve preparaten verkregen die in vitro actief zijn, afhankelijk van de

beschikbare energie en in vivo tot volle activiteit kunnen komen na intracellulaire opname en inbouw op

vacante plaatsen.

De opname van per injectie toegediende enzymen in cellen verloopt volgens dezelfde wetten als de opname

van alle benodigde metabolieten zoals mineralen, sachariden, vitaminen, aminozuren, peptiden etc.

Deze actieve selectieve absorptie wordt door de celkern beheerst, het reactieverloop is onbekend.

  

Enzympreparaten

 

De geneesmiddelenkennis is tot stand gekomen door toepassen van alle mogelijke substanties tegen ziekten

gedurende enige duizenden jaren, d.w.z. het is een op empirie steunende wetenschap. Het zoeken van de

juiste enzymen om bepaalde toestanden en ziekten te beïnvloeden, vormt een nieuw gebied.

De toenemende kennis van stofwisselingscycli in gezondheid en ziekte en van de daarbij betrokken enzymen,

substraten en eindmetabolieten, bleek hier echter een mogelijkheid te bieden om langs theoretische weg initieel

inzicht te verwerven, waardoor empirisch onderzoek voor een goed deel ontlopen kan worden.

In de farmacologieën van de preparaten zijn dergelijke theorieën omschreven. Wel bleek echter rekening te

moeten worden gehouden met de mogelijkheid dat bepaalde opvattingen plaats moeten maken voor nieuw

verworven inzicht.

Ook hier kunnen niet zonder permanent beproeven in de praktijk en begeleidende klinische en biochemische

controle, optimale resultaten bereikt worden.

De tot op heden ontwikkelde preparaten bevatten enzymcomplexen die sleutelposities innemen in

stofwisselingscycli welke te lage functies degeneratie van organen of van het gehele organisme ten gevolge hebben.

Deze aandoeningen kunnen gunstig beïnvloed worden door toediening van een van deze preparaten.

De tussen stofwisselingcycli en orgaanfuncties bestaande onderlinge afhankelijkheid en wisselwerking in het

totale organisme, maken het soms noodzakelijk dat een aantal constitutionele ziekten met meerdere

enzymcombinaties behandeld worden.

De preparaten worden gestandaardiseerd op inwerking op de specifieke substraten volgens methoden die

Internationaal gebruikelijk zijn.

Stabilisatie is verschillend per preparaat, soms ook per charge, omdat uitgegaan wordt van plantaardige

grondstoffen die veelal verschillen in synthetische activiteit. Dit heeft tot gevolg dat het droogresidu van

de preparaten bij constante enzymactiviteit verschillen kan vertonen.

 

Tot 2010 waren er de volgende injectiepreparaten ontwikkeld.

 

Vasolastine:         bloedsomloop, arteriën, venen en hart

Coliacron:            neuro-hormonale systeem en ontwikkelingsstoornissen

Rheumajecta:      collageen

Interacton:           overgevoeligheids reacties

Oculucidon:          ogen

Enzybios:             afweersysteem

Neoblastine:         kwaadaardige tumoren (niet verkrijgbaar)

             

De toepassing wordt voor elk van deze preparaten in aparte hoofdstukken behandeld, waarbij de

farmacologische en  farmacotherapeutische onderzoekingen opgenomen zijn.

Injecties met een korte naald (2.5 cm) zijn het meest effectief.

Orale inname is bij kinderen aan te bevelen. Ook bij oudere leeftijdsgroepen is orale toepassing effectief,

doch minder dan injecties.

  

Toxiciteit

 

Een groot voordeel is de non-toxiciteit van de preparaten.

Deze berust, zoals aangetoond, eensdeels op de fysiologische aangepastheid der verstrekte enzymen zonder

de drager-proteïnen.Wanneer er namelijk in het organisme geen plaats vacant is in de cellen van parenteraal

toegediende moleculen, of wanneer er om wat voor reden dan ook een te langzame of geen selectieve absorptie

plaats vindt, worden de moleculen langs fysiologische weg afgebroken en verdwijnen zonder bijwerking.

Een tweede factor is dat om de gewenste actieve substanties uit plantenorganen te isoleren, alle neven- en

tegenwerkende enzymatische en andere substanties verwijderd moeten worden om specifiek actieve

preparaten te krijgen.

Genoemde factoren verklaren de non-toxiciteit.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

DE BLOEDSOMLOOP

 

VASOLASTICA  (voorheen VASOLASTINE)

 

 Werkzame stoffen:

 

Triacylglycerol-lipase

Reactie: 

Triglyceride + H2O → Diglyceride + frei Fetts

Dit enzym splitst vetzuur ook af van cholesterol en van de diglyceriden en monoglyceriden, als ze

intracellulair door het membraan gekomen zijn.

 

Acyl-CoA-dehydrogenase (vetzuur-oxydase)

Reactie:

2 acyl-CoA + acceptor → 2.3. dehydroacyl-CoA + gereduceerde acceptor

Dit enzym is een flavoproteine met cytochroom-C als acceptor (ijzerbevattend enzym). Het speelt een

cruciale rol bij het oxydatief afbreken van vetzuren in de mitochondriën van de levercellen.

 

Aminoxydase (flavine)

Reactie: 

1 Monoine + H2O + O2 → Aldehyde + NH2 + H2O2

Dit enzym is specifiek op catecholamine ingesteld. Het komt voor in de vaatwanden en in de hartspier,

waar het de hormonen noradrenaline en adrenaline via oxydatief desamineren inactiveert.

Het enzym regelt daarmee de intensiteit en de tijdsduur van vaatcontracties en daardoor de bloedverdeling

in het organisme.

In geval van chronisch gebrek aan zuurstof in de vaatwanden en hartspier worden tegelijkertijd de

catecholaminen noradrenaline en adrenaline door het wegblijven van de oxydatieve activatie in hogere

mate gemethyleerd, wat tot psychotische toestanden kan leiden.

 

Monofenol-monoxygenase

Reactie: 

Tyrosine + dehydroxyfenylalanine + O2 → dehydroxyenylalanine + dioxyfenyl + H2O

Dit enzym werkt in op een aantal monofenolen en proteïnen die fenolen bevatten. Het inactiveert

hogedruk-peptiden zoals vasopressine en angiotonine.

Het enzym regelt de intensiteit en de duur van de bloeddrukverhoging onder fysiologische condities.

De samenhang van genoemde enzymen met de bloedsomloop en het metabolisme van de vaatwanden en

de lever wordt in het volgende kort samengevat.

 

Per 2 ml. stabiliserende oplossing:

MgCl2 1 mg. tri-ethanolamide-salicyl 2 mg.

 

Normale processen in de vaatwanden en de lever

 

In de tussenstof van de vaatwanden vindt een voortdurende synthese plaats van cholesterol-vetzuur-

fosfolipidecomplex-moleculen die naar de oppervlakte van de binnenste laag gaan en daar met de hydrofobe

cholesterol-estergroepen in de richting van de buisholte opgeslagen worden, waardoor een hydrofobe

celbekleding van de binnenste laag van de vaatwand in stand wordt gehouden, die een wrijvingsloos

doorstromen van de bloedsomloop garandeert.

De bouwstenen van de fosfolipiden zijn hoofdzakelijk moleculen van actief acetaat of aceto-CoA.

Elk nieuw gesynthetiseerd molecuul cholesterol-vetzuur-fosfolipide stoot een aan de oppervlakte afgezet

molecuul uit. 

Zodra de hydrofiele eindgroep, het fosfolipide, in de bloedstroom komt, wordt het hele complex opgelost. 

Deze complexen worden voortdurend gedurende de doorstroming van de lever uit het bloed gehaald en

in de mitochondriën van de levercellen afgebroken. 

Na splitsing door lipase wordt het vrijgekomen cholesterol verbonden tot taurocholzuur en glycerolzuur

en in de gal uitgescheiden.

De vetzuren worden oxydatief door katalyse van het enzym acyl-CoA-dehydrogenase afgebroken, waarbij

voortdurend geactiveerd acetaat ontstaat (aceto-Co-enzym A).

Naar behoefte worden aceto-CoA-moleculen uit het acetaatreservoir van de lever via de bloedvaten weer

naar de tussenstof van de vaten geleid en voor de synthese van de fosfolipiden gebruikt.

De wanden van de kleine arteriën, de aderen en de haarvaten krijgen de benodigde fosfolipiden waarschijnlijk

direct uit de bloedstroom.

De verdeling van het bloed over de organen wordt neurovegetatief  geregeld door middel van het vrijmaken

van adrenaline en noradrenaline door de eindorganen van de motorische zenuwuiteinden in de hartspier en

de vaatwanden.

Het positieve resultaat van deze hormoonwerking is de contractie van de spieren in de vaatwanden van

rustende organen en dilatatie in werkzame organen. Daarnaast verhoogt noradrenaline de bloeddruk.

Deze hormonen worden weer door oxydatief desamineren geïnactiveerd, wat door het enzym aminoxydase

gekatalyseerd wordt.

Als het fysiologisch noodzakelijk is, wordt de bloeddruk door het uitstorten van vasopressine  uit de

hypofyse verhoogd.

De inactivering van deze substantie wordt door het enzym tyrosinase gekatalyseerd.

  

Arteriosclerose

 

Bij vermindering van de oxydatieve afbreking van vetzuren in de lever neemt ook de productie van actief

acetaat af en daarmee ook de synthese van fosfolipiden in het algemeen en in de vaatwanden.

Daardoor ontstaat een opeenhoping van onoplosbare cholesterol-vetzuur-esters in de vaatwanden (atheroma)

en een oververzadiging van het bloed met moeilijk oplosbare complexen, die uit verscheidene moleculen

cholesterol-esters bestaan, die gebonden zijn aan een molecuul fosfolipide (bijkomende binding), en daarnaast

neutrale vetten.

Omdat de leverfunctie achterblijft bij hetgeen aangeboden wordt, hopen deze lipoiden zich ook in het bloed op.

Deze substanties zetten zich ten dele in de wanden van de haarvaten af en verhinderen de toevoer van

zuurstof en metabolieten naar het weefsel, ook in de bloedvaten. 

De vaatwanden verharden en de haarvaten worden broos en licht breekbaar. De functies van de organen

gaan achteruit.

De zuurstofvoorziening van de vaatwanden wordt minder; dientengevolge houdt ook de oxydatieve

inactivering van noradrenaline, adrenaline, vasopressine en angiotonine op, waardoor de bloedverdeling

en bloeddruk verkeerd geleid worden; de werkingsduur van deze hormonen wordt niet-fysiologisch verlengd.

Het minuutvolume van de bloedsomloop wordt minder, de bloeddruk stijgt. 

Tegelijkertijd worden de catecholaminen noradrenaline en adrenaline door het wegblijven van de oxydatieve

inactivering in hoge mate gemethyleerd in plaats van geoxideerd waardoor psychotische toestanden

kunnen ontstaan.

De ziekten arteriosclerose en atherosclerose kunnen dus als een gevolg beschouwd worden van een

trapsgewijze teruggang van de intracellulaire synthese van de genoemde enzymen. Dit kan door het ouder

worden veroorzaakt zijn, waarbij de totale enzymsynthese achteruitgaat.

Ook geestelijke of lichamelijke overinspanning, evenals membraanafsluiting van de alveolen van de longen

door vervuiling van de atmosfeer, kunnen de oorzaak zijn van een chronisch zuurstofgebrek dat tot de

afname van de synthetische processen leidt. 

Ten slotte is zuurstofgebrek de oorzaak van de ziekte.

De ervaring en research hebben bewezen dar de behandeling met de genoemde enzymen  geriatrische

degeneratie voorkomt en geneest en er toe bijdraagt dat het lichamelijk en geestelijk prestatievermogen van

het organisme tot het eind van het leven in stand blijft.

        

Het doel van Vasolastica is het (preventief) verbeteren van de algemene conditie van hart en vaten.

Gezondheidproblemen met hart en vaten komen voor bij: 

Angina pectoris

Cerebrosclerose

Claudicatio intermittens

Coronaire sclerose

Depressieve toestanden en moeheid tengevolge van storingen in de cerebrale doorbloeding

Geheugen en concentratiezwakte

Jicht

Hypertensie

Hypotonie van arteriosclerotische genese

Morbus Bürger-Winiwarter

Morbus Raynaud

perifere arteriële en veneuze storingen in de bloedsomloop

Post-apoplectisch syndroom

Sexuele impotentie

Storingen in de vet- en cholesterolstofwisseling

 

Algemene Opmerkingen:

 

1.   Gedurende de behandeling met Vasolastine moet een normaal eiwit- en zouthoudend dieet voorgeschreven

worden wat het beste is, ook voor mensen met verhoogde bloeddruk.

 

2.   De bloedsuikerspiegel van diabetici moet in de loop van de therapie met Vasolastine regelmatig

gecontroleerd worden, daar vermindering van anti-diabetespreparaten nodig zal kunnen zijn.

 

3.   Tijdens de eerste behandelingsperiode van vergevorderde arteriosclerose kan een gevoel van

duizeligheid optreden. Dit symptoom verdwijnt echter binnen 2 uur na de injectie en komt na enige dagen

niet meer voor.

 

4.   Vasolastine kan ook in die gevallen worden toegepast waarin door onvoldoende bloedcirculatie de

werking van andere enzympreparaten (Coliacron. Rheumajecta, Interacton, Oculucidon) niet optimaal is.

 

5.   Bij de behandeling van apoplexie, post-apoplectische symptomen en psychosen wordt na de eerste

behandelingsmaand aanbevolen Coliacron en Vasolastine te combineren of afwisselend te injecteren.

 

6.   Voor de behandeling van jicht raden wij de combinatie met Rheumajecta aan; als de ziekte ook gepaard

gaat met ontsteking zou ook Enzybios gebruikt kunnen worden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

het autonome zenuwstelsel 

en neurohormonaal systeem

 

CEREBRASE (voorheen COLIACRON)

 

Werkzame stoffen:

 

Succinaat-dehydrogenase

Reactie: 

succinaat + acceptor → fumaraat + gereduceerde acceptor NAD-kinase

Reactie: 

ATP + NAD → ADP + NADP

Beide bovenstaande enzymen zijn voornamelijk gelokaliseerd in de mitochondriën van de dendrieten der

neuronen en in de lever en spiercellen.

Acetyl-CoA-synthetase

Reactie: 

ATP + acetaat + CoA → AMP + pyrofosfaat + acetyl-CoA  

Het enzym is gelokaliseerd in de eindmembranen van de synapsen en eindorganen van het parasympathisch

zenuwstelsel en in de levercellen.

 

Glutamine-synthetase

Reactie: 

2 Glutaminaat + NH3 + ATP → glutamine + o-PO4 + ADP

Het enzym is actief in de neuronen, de lever en de spiercellen.

 

Per 2 ml stabiliserende oplossing:

salicylzuur 1 mg, ethanol 150 mg

 

Bovengenoemde enzymen nemen in de energieproductie van de neuronen, bij het overbrengen van prikkels

en bij het ontgiften van het weefsel van de met deze processen gepaard gaande ammoniakproductie,

een centrale plaats in.

Het farmacologisch doel van het preparaat Coliacron is het opheffen van neurovegetatieve stoornissen en

van vertraagde geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, die het gevolg zijn van activiteitsremmingen of van

een kwalitatief ontoereikende synthese van de genoemde enzymen van het zenuwcel-metabolisme.

  

Energie: succinaat–dehydrogenase-NAD-kinase

 

De energie wordt door verbranding van glucose in de mitochondriën van de neuronen geleverd.

Een deel van de verbrandingswarmte wordt opgeslagen in de binding van fosfaatgroepen aan adenosine.

Het adenosine-trifosfaat brengt de energie, onder afsplitsing van de eind-fosfaatgroep, over naar de energie-

verbruikende reacties die in een zeer groot aantal in de cel plaatsvinden Hoe dit proces precies verloopt is

nog niet geheel duidelijk. 

Het in de mitochondriën terugkerende adenosine-difosfaat (ADP) wordt geresynthetiseerd  tot ATP.

De voor deze hersynthese benodigde energie wordt, voornamelijk op het niveau van de intermediairver-

binding succinezuur, geleverd door de glucose-oxydatiecyclus.

Deze energie wordt samen met de fosfaatgroep door nicotine-adenine-dinucleotide–fosfaat (NADP+)

overgebracht.

De katalyserende enzymen zijn succinaat-dehydrogenase en NAD-kinase.

De beknopte reactie luidt:

Succinezuur + 3 NADP+ + ½ O2 + 3 ADP →Fumaraat + 3 NAD + 3 ATP + H2O

Verminderde activiteit van deze enzymen heeft snelle vermindering van alle psychische en somatische

functies tot gevolg.                                      

 

 

Prikkeloverdracht: acetyl-CoA-synthetase

 

De voortplanting van zenuwimpulsen vindt grotendeels plaats door de voortdurende synthese en splitsing

van acetylcholine, het parasympathische overdrachtshormoon.

Het katalyserend enzym is gelokaliseerd in de eindmembranen van de synapsen en eindorganen van het

parasympathische zenuwstelsel en in de levercellen.

 

De synthese van acetylcholine vereist een maximum aan energie. Voor het tot stand brengen van de eerste

fase van deze reactie is de energie van de eindfosfaatgroep van ATP niet voldoende (12.000 cal); daarom

wordt ook de energie van de tweede fosfaatgroep gemobiliseerd (6.000 cal).

De reactie wordt gekatalyseerd door acetyl-CoA-synthetase:

Reactie: acetaat + ATP + CoA → acetyl-CoA + AMP + pyrofosfaat

Aansluitend daaraan wordt het AMP gedesamineerd tot inosinezuur en ammoniak. 

De tweede fase heeft geen energie nodig:

Acetyl-CoA + choline → acetylcholine + CoA

Wordt het acetyl-CoA-synthetase in onvoldoende hoeveelheid aangemaakt of wordt de activiteit ervan

geremd, dan kan het komen tot vermindering van de spier- en hersenfuncties en /of van de functie van de

endocriene klieren.

  

Ontgifting: glutamine-synthetase

 

Gedurende de werkzaamheid en het actieve gedrag ervan neemt de ammoniakconcentratie in het zenuwweefsel

en de hersenen toe. Het overschrijden van een kritische waarde leidt tot concentratie- en geheugenverlies en

tot een nadelige beïnvloeding van de innervatie.

Ammoniak ontstaat als gevolg van de interneurale prikkeloverdracht, waarbij  noradrenaline, adrenaline en

serotonine voortdurend oxydatief gedesamineerd worden, onder vrijzetting van ammoniak.

Verder ontstaat ammoniak zoals wij boven zagen ook als gevolg van de acetylcholine-synthese.

Het normale ontgiftingsproces wordt gekarakteriseerd door de versnelde binding van NH3 aan glutaminezuur. 

De reactie wordt gekatalyseerd door het enzym glutamine-synthetase:

1-glutaminezuur + NH3 + ATP → 1-glutamine + ADP + fosfaat

Het glutamine verlaat de cellen en wordt voor het grootste deel in de nieren afgebroken.

Een aanzienlijk aantal uitvalsverschijnselen en concentratieverlies hebben hun oorzaak in een onvoldoende

vorming of remming van het enzym glutamine-synthetase.De vereiste therapie bij neurovegetatieve en

ontwikkelingsstoornissen berust op de substitutie van genoemde enzymen.

 

Het algemeen effect van toediening van deze enzymen bij de genoemde indicaties is:

Het herstel van de normale energieproductie, gepaard gaande met een evenredige synthese van acetylcholine

bij gelijktijdige ontgifting van ammoniak door glutaminevorming. De therapeutische werking van deze

enzymen manifesteert zich bij verworven of aangeboren afwijkingen in het centraal zenuwstelsel en bij

somatische en psychische storingen in een terugkeer tot de norm, in herintegratie van de persoonlijkheid,

verhoogde levensvreugde, werkkracht en energie.

  

Het doel van Cerebrase is het (preventief) verbeteren van de algemene conditie van het zenuwstelsel.

Gezondheidsproblemen met het zenuwstelsel komen voor bij:

Anorexia nervosa bij kinderen

Epilepsie

Examenvrees

Climacterische alsmede pre- en post-climacterische storingen

Prestatievermindering bij scholieren en studenten

Leermoeilijkheden

Neuropathie bij kinderen

Neurovegetatieve dystonie

Psychosomatische klachten

Zwangerschapsklachten

Storingen van de cerebrale stofwisseling in alle graden

Stress-situaties

Ulcus ventriculi et duodeni

Vertraagde geestelijke en lichamelijke ontwikkeling

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  

 

het bindweefsel 

 

CHONDRASE (voorheen RHEUMAJECTA)

 

Werkzame stoffen:

 

Sulfaat-adenylyl-transferase 

Reactie: 

ATP + SO4 → fosfo-adenylsulfaat + pyrofosfaat

 

Chondroïtine-acetyl-transferase

Reactie:

3fosfo-adenylylsulfaat + chondroïtine → chondroïtine-4-sulfaat +ADP

De bovengenoemde reacties sluiten bij elkaar aan. Het complex katalyseert de inbouw van sulfaatgroepen

in het bind- en steunweefsel.

 

Choline-acetyl-transferase

Reactie: 

acetyl-CoA + choline → acetylcholine + CoA

Het enzym is in de dubbele membranen van de neuriten en de synapsen gelokaliseerd. 

Het synthetiseert acetylcholine, de overdrachtstof van parasympatische impulsen.

 

Katalase: hydrogeenperoxyde-oxydo-reductase

Reactie: H2O2 + H2O2 → O2 + 2H2O

Het enzym Katalase is een hemoproteïne dat in nagenoeg alle weefsels aanwezig is.

 

Per 2 ml stabiliserende oplossing:

Tri-ethanolamine-salicylaat 15 mg, NaH2PO4 10 mg, ethanol 150 mg

 

Het bindweefsel omhult bloedvaten, zenuwen en beenderen.

De vezels zijn opgebouwd uit mucopolysacchariden en eiwit.

De mucopolysacchariden behelzen hyaluron, chondroïtine en hyaluron- en chondroïtinesulfaat.

Ze zijn ook bestanddelen van de huid, de pezen, de hartkleppen, de arteriewanden en de cornea.

 

De biochemische functies, die de ontgifting en stabilisatie van het Na+ -, K+ -,  en Ca+ - evenwicht, dat bij

het voortplanten van de impulsen een belangrijke rol speelt, waarborgen, berusten grotendeels op

aanwezigheid van sulfaatgroepen.

De colloïdale eigenschappen en de oplosbaarheid  van de mucopolysacchariden-moleculen worden

grotendeels door het aantal sulfaatgroepen in het molecuul bepaald. 

De sulfaatgroepen bezitten een zeer snel uitwisselingsvermogen; de halfwaardetijd bedraagt 8-14 dagen,

terwijl de overige delen van het bindweefselmolecule veel langzamer vernieuwd worden

(tot de duur van 300 dagen).

 

De ziekten van het bindweefsel

 

Het meest reactieve en daardoor in zeer hoge mate kwetsbare systeem van het bindweefsel is het

sulfaatmetabolisme.

De ziekten van het bindweefsel, o.a. reumatische ziekten, sclerodermie en lupus erythematodes, gaan

gepaard met het verlies van sulfaatgroepen en daardoor met zwelling en verharding van de

collageenvezels, die ten dele door fibrineus weefsel vervangen worden.

De fundamentele oorzaak is waarschijnlijk gelegen in het binnendringen van micro-organismen die de

mucopolysaccharide-moleculen aanvallen. 

Het is bekend, dat sommige organismen die reumatische ziekten veroorzaken, inderdaad sulfaat-afsplitsende

enzymen (sulfatasen) in het milieu afscheiden. 

De sulfaat-inbouwfase wordt dus opgeheven en daarmede de biochemische functies ervan.

Deze functiestoring van het bindweefsel heeft tegelijkertijd een functiestoring van de zenuwen tot gevolg,

die door dit collageen omgeven zijn. 

Het chondroïtinesulfaat heeft door zijn poly-anion-structuur uitwisselingseigenschappen. 

Het vangt de Na- en K-ionen op, die door de neurietmembranen tijdens de impulsoverdracht in- en

uit- stromen. Dit proces levert de voortplantingsenergie.

In de rustfase wordt het proces omgekeerd en worden de ionen weer afgegeven.

Bij het uitvallen van deze samenwerking valt dus de innervatie van de spieren uit; verlammingen zijn

de bekende gevolgen. 

De opbouw en de splitsing van acetylcholine neemt tegelijkertijd af.

Een bijwerking van het afnemen van bindweefselfuncties is het uitvallen van de splitsing van de peroxiden,

die voortdurend ontstaan bij de oxydatieve desaminering van aminen.

In het geïnactiveerde bindweefsel wordt geen nieuwe katalase geproduceerd. Het H2O2 hoopt zich op en

veroorzaakt verdere degeneratie en pijn.

  

Therapie

 

Om de functies van het bindweefsel en de ontgifting te reactiveren, moeten in de eerste plaats de enzymen

van de sulfaat-inbouw gesubstitueerd worden tot de chondroblasten de nieuwe synthese weer opgenomen

hebben.

De toediening van sulfaat-adenyl-transferase en chondroïtine-sulfo-transferase is onder deze

omstandigheden vereist. Tevens moeten ook de zenuwenzymen gesubstitueerd worden, om de innervatie

weer op te wekken.

Het is gebleken dat zowel de toediening van choline-acetylase als van cholinesterase, in combinatie met de

sulfateringsenzymen, een verbetering van de innervatie en de homeostase teweeg brengt.

Tevens moet naast de genoemde enzymen katalase toegediend worden.

Het totale effect bij het toedienen van de bovengenoemde enzymen bestaat in het herstel van de functies van

het collageen, d.w.z. dat de degeneratie en de ziekten van het collagene weefsel, zoals die onder het begrip

reuma samengevat worden, door het toedienen van deze enzymen curatief beïnvloed worden.

 

Het doel van Chondrase is het preventief verbeteren van de algemene condities van het bindweefsel.

Gezondheidsproblemen met het bindweefsel komen voor bij:

Artritis

Artritis urica

Artrosis deformans

Eczeem

Herpes zoster (combineren met Enzybios)

Ischias

Myalgie

Neuralgie

Neuritis

Ouderdomsosteoporose

polyartritis reumatica

  

Opmerkingen

 

1. Gedurende de eerste behandelingsperiode van chronische gevallen met Rheumajecta kan de bloedsedi-

mentatie toenemen tengevolge van gemobiliseerde toxinen. Na 10 – 20 dagen treedt echter verbetering  in.

Door dezelfde oorzaak kan in sommige gevallen gedurende deze periode e pijn toenemen.

 

2. Sommige gevallen van reumatische ziekten die met corticosteroïden behandeld zijn, reageren weinig op

Rheumajecta gedurende 2 á 3 weken. Het is daarom aan te  bevelen deze gevallen eerst met een injectie

ACTH te behandelen om de bijnieren te reactiveren.

Daarna kan men beginnen met de Rheumajecta-behandeling.

 

3. In gevallen van langdurige artrose, artritis en sclerodermie, waarbij bijna geen circulatie in de aangetaste

weefsels meer plaatsvindt, is het aan te bevelen Rheumajecta te combineren met Vasolastine, waardoor de

actieve componenten in staat gesteld worden de verharde weefsels binnen te dringen (1 deel Vasolastine +

1 deel Rheumajecta, samen injecteren).

 

4. In acute gevallen, resp. bij koortsachtige ontstekingen, moet Rheumajecta gedurende 3 tot 5  dagen met

Enzybios gecombineerd worden (1 á 2 ampullen per dag) om infectueuze organismen te doden; daaraan

aansluitend wordt, zoals boven vermeld is, de behandeling met Rheumajecta voortgezet.

 

5. Bij patiënten die ouder zijn dan 40 jaar is het raadzaam in beginsel Rheumajecta in combinatie met

Vasolastine te gebruiken.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

ALLERGISCHE REACTIES

 

ATOPASE (voorheen INTERACTON)

 

Werkzame stoffen:

 

Aminoxydase (bevat pyridoxal)

Reactie: 

1 diamine + H2O + O2 →  1 aminoaldehyde + NH3 + H2O2

Dit enzym oxydeert ook histamine

 

Glutaminase

Reactie: 

1 Glutamine + H2O → 1 glutaminaat + NH3

 

Per 2 ml stabiliserende oplossing:

KJ 0,5 mg, MgCl2 1mg, natriumcitraat 1 mg, amino-azijnzuur 0,4 mg.

 

Over de aard van de reactie, waarmee het reticulo-endotheliale systeem de werking van de allergische

substantie beantwoordt, is maar weinig bekend.

Het is echter gebleken, dat de reactie altijd onder vrijmaking van histamine in de receptor en perifere

cellen verloopt.

Deze histamine verlaat bij overschrijding van een kritische hoeveelheid de cellen en verschijnt in de

intercellulaire vloeistof.

Het allergische syndroom treedt op als de histamine niet zeer snel geïnactiveerd wordt.

De specifieke werking van histamine bestaat in een vergroting van de permeabiliteit van membranen

door depolarisatie van de oppervlakte.

De capillaire wanden laten onder invloed van histamine niet-fysiologische grote hoeveelheden bloedserum

in het weefsel stromen, waardoor een collaps van de bloedsomloop veroorzaakt kan worden.

Daarnaast worden de zenuwcelmembranen te lang gedepolariseerd, wat een storing van de energie

leverende Na+- en K+- wisseling tot gevolg heeft. De centrale of perifere impulsoverdracht, speciaal van de

motorische zenuwuiteinden, die zich in het door histamine geïnfiltreerde gebied bevinden, wordt geblokkeerd.

Onder fysiologische omstandigheden wordt histamine door oxydatieve desaminering door het enzym

histaminase geïnactiveerd. 

Als dit enzym geblokkeerd is, treedt de allergische reactie op. 

Het begrip “allergeen” kan gedefinieerd worden als een substantie, die de histaminase inactiveert.

Als de synthese van histaminase onvoldoende is (monosomie), zal eveneens gemakkelijk een allergische

dispositie ontstaan, die dan congenitale allergie genoemd kan worden.

Verder bestaat ook nog de mogelijkheid, dat de activiteit van de histaminase in voldoende mate aanwezig is

maar de vrijgekomen ammoniak niet met dezelfde snelheid verdwijnt en zich in de receptor- of perifere cellen

of in het bloed ophoopt. 

Bovendien blokkeert de NH3 de Na+ / K+- uitwisseling,waardoor de allergische aanval blijft doorgaan.

Bij overschrijding van een kritische concentratie van ammoniak wordt de histamine er namelijk door

geïnactiveerd (feedbackmechanisme). De fysiologische ontgifting van ammoniak heeft plaats door binding

aan glutaminezuur onder vorming van glutamine. Glutamine verlaat de cellen en wordt in de tubulicellen

van de nieren afgegeven, waar het weer gesplitst wordt.

De vrijgekomen ammoniak verlaat het organisme met de urine.

Er kunnen dus ook allergische reacties optreden, als de werking van glutaminase in lever en nieren

onvoldoende is.

  

Therapie

 

De substitutie van histaminase doet de allergische reactie verdwijnen als er voldoende glutaminase

activiteit aanwezig is.

Om allergische reacties te voorkomen is dus een harmonisch samenwerken van de genoemde enzymen vereist.

Interacton bevat histaminase, glutaminase en daarnaast als werkzame substanties allylrhodanide en

allylsulfide; deze laatste substanties hebben een fungicide werking waardoor de allergiebron in veel gevallen

onschadelijk gemaakt kan worden. Daarnaast doet allylsulfide de zwelling van de slijmvliezen verdwijnen en

maakt het oppervlak weer glad.

Het gebruik van Interacton leidt in veel gevallen tot het verminderen of verdwijnen van de symptomen

alsmede tot een toeneming van de resistentie tegen allergenen. 

  

Het doel van Atopase is om allergische reacties te voorkomen

Gezondheidsproblemen met overgevoeligheid komen voor bij:

Astma bronchiale

Bronchitis chronia

Brochitis spastica

Emotionele allergie

Eczeem

Insectenbeten (lokale toepassing)

Hooikoorts

Rhinitis vasomotoria seu allergica

Sinusitis

Urticaria

Quinckes oedeem

  

Opmerkingen

 

1. Interacton kan men zowel injecteren als oraal innemen, eventueel kan men er lokaal de huid mee

bevochtigen.

De orale behandeling is op haar plaats bij chronisch hoesten en infecties van de mondslijmvliezen.

2. Lokale toepassing op de huid door herhaald bevochtigen van de aangetaste plekken is voldoende bij jeuken,

gelokaliseerde zonnebrand, insectenbeten en vele soorten eczeem.

3. De behandeling van allergische ziekten van emotionele aard moet met Coliacron gecombineerd worden.

Bij zenuwontstekingen moet ook Rheumajecta gebruikt worden en bij infecties Enzybios.

Het bepalen van de therapie moet men aan de arts overlaten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Het afweersysteem

 

ENZYBIOS

             

Werkzame stoffen:

 

Aminoxydase

 

Glutaminase

 

Thyoloxydase

 

Per 2 ml stabiliserende oplossing:

allylrhodanide 20 mg, ethylalcohol 300 mg, aroma’s 7,6 mg.

 

Enzybios bevat enzymen die het menselijk organisme tegen prikkels door chemotherapeutische middelen

beschermen en zo het vermogen versterken om krachtig werkende geneesmiddelen te verdragen.

 

Tegelijkertijd worden enzymen toegediend die de homeostase van het organisme verbeteren.

Dit wordt ertoe is staat gesteld de infecties met zijn eigen wapens te bestrijden, zelfs nog nadat het medicijn

niet meer werkzaam is.

 

Het preparaat bevat de enzymen histaminase, aminoxydase, glutaminase en thioloxydase.

Histaminase en glutaminase verhinderen allergische reacties (zie hoofdstuk over Interacton.

Thioloxydase herstelt de homeostase van het organisme Allylrhodanide (zie ook blz.10)  munt uit door

een sterke bactericide, fungicide en viricide werking.

 

Enzybios heeft een breed werkingsspectrum dat o.a. de volgende ziekteverwekkers omvat:

Candida, monilia, trichophyton, medntagophytes, proteus vulgaris, pseudomonas aeruginosa,

salmonella thyphosa, streptococcus pyogenes, stafylococcus aureus, spirocheta pallida, variola.

  

Doel van Enzybios is het preventief verbeteren van de algemene conditie van het afweersystem

Gezondheidsproblemen met het afweersysteem komen voor bij: 

Abcessen

Angina tonsilaris

Antibioticaresistente infecties

Bronchitis (acute en chronische)

Colitis ulcerosa (eventueel combineren met Coliacron)

Dentale infecties

Duodenitis

Door ontsteking ontstane fluor vaginalis

Herpes zoster (gecombineerd met Rheumajecta)

Infecties van de mondholte en de tong

Rhinitis

Sinusitis

Tonsilitis

Ulcera in het spijsverteringskanaal

Vaginitis

  

Opmerkingen

 

Mochten er als begeleidende verschijnselen van de infectie allergische symptomen optreden, dan wordt

een combinatie van Enzybios en Interacton aanbevolen; in geval van begeleidende  verschijnselen van

reumatische aard wordt een combinatie met Rheumajecta aangeraden.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  

Oogziekten

 

VISASE (voorheen OCULUCIDON)

 

Werkzame stoffen:

 

Hexokinase

 

Glucosamine-kinase

Reactie:

ATP + 2 amino-D-glucose-6-fosfaat → ADP + 2amino-2desoxy-D-glucosefosfaat 

 

Glucosamine-acetyl-transferase

Reactie:

Acetyl-CoA + 2 amino-desoxy-D-glucose→

CoA+2aceto-amino-2desoxy-D-glucose 

 

Sulfaat-adenyl-transferase

Reactie:

ATP  + sulfaat → pyrosulfaat + adenylsulfaat

 

Chondroitine-sulfo-transferase

Reactie:

2 fosfo-adenyl-fosfaat + chondroïtine → adenosine-3,5-bisulfaat +chondroïtine-4-sulfaat 

 

Per 2 ml stabiliserende oplossing:

Na-dehydroboraat 0,5 mg, K-citraat 1,0 mg, KH2PO4 2 mg, MnCl2 1,0 mg, Acetylalcohol 50 mg.

 

De bovengenoemde enzymen nemen een dominerende positie in onder die enzymen die in speciale, tot de

chondroblasten behorende cellen, mucopolysacchariden opbouwen.

Deze moleculen vormen de belangrijkste substantie van het transparante weefsel van het oog.

De basissubstanties van de mucopolysacchariden zijn amino-glucose-moleculen, die eerst door

glucosamine-kinase worden gefosforiseerd en vervolgens wordt het gefosforiseerde molecule geacetyleerd

door glucosamine-acetyl-transferase.

Na de polymerisatie van deze complexe moleculen (door het enzym polymerase) worden ze door de

Enzymen sulfaatadenyl-transferase en chondroïtine-sulfotransferase gesulfateerd.

Zoals alle structuren van het organisme worden ook de transparante weefsels voortdurend vernieuwd.

Nieuwe moleculen worden onder enzymatische katalyse opgebouwd of uitgewisseld.

Vooral de sulfaatgroep is onderhevig aan een snelle uitwisseling.

De vorming van enzymen neemt af met het ouder worden en daarmee ook de vernieuwing van het

transparante weefsel, zodat hoornvlies- en lensvertroebeling kunnen optreden.

In sommige gevallen wordt een of ander enzym ook door toxinen geblokkeerd, waardoor het

gezichtsvermogen verslechtert.

Onder zulke omstandigheden kan door substitutie of activering van de genoemde enzymen de transparantie

van lens en hoornvlies hersteld worden.

In vele gevallen heeft Oculucidon het verloren gegane gezichtsvermogen hersteld (perifere amaurose) of

een verminderde functie van de hersencellen, die de impulsen die van de waarnemingsorganen van de

ogen uitgaan, verwerkt, gereactiveerd.

 

Visase heeft als doel het preventief verbeteren van de algemene conditie van het oog.

Gezondheidsproblemen aan de ogen kunnen voorkomen bij.

Grauwe staar (cataract)

Groene staat (glaucoom)

Hoornvliesvertroebeling

Hoornvlies ulcera (zweren)

Vermindering van het gezichtsvermogen

 

Opmerking

 

Bij oudere patiënten moet de werking van Oculucidon door de gelijktijdige toediening van Vasolastine

gestimuleerd worden, bij ontstekingen is Enzybios daarbij op zijn plaats.  

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

SUBLINGUAAL GEBRUIK VAN ENZYMPREPARATEN

 

De enzymtherapie is van oorsprong een injectietherapie. Geleidelijk aan werden uit de

injectiepreparaten middelen voor sublinguaal gebruik ontwikkeld, waarmee ook veel goede resultaten

worden geboekt bij een groot aantal ziektebeelden.

 

De sublinguale enzympreparaten zijn:

 

Vasolastica  -  hart- en vaatklachten

Cerebrase   -  zenuwstelsel

Chondrase   -  gewrichten – bindweefsel

Enzybios      -  alle infecties, afweersysteem

Atopase       -  allergieën

Visase          -  oogklachten

  

TOEPASSING BIJ DE EERSTE SYMPTOMEN VAN EEN ZIEKTE

 

Het is verstandig om al bij de eerste verschijnselen van een ziekte te preventief te beginnen met het gebruik van

enzympreparaten. Men kan daarmee voorkomen dat men ernstig ziek wordt.

B.v. bij klachten die wijzen in de richting van hart- en vaatziekten, zoals hoge bloeddruk en een te hoog

cholesterolgehalte is het verstandig om het enzympreparaat Vasolastica te gaan gebruiken.

 

 

COMBINATIE THERAPIE

 

Wanneer een ernstig ziektebeeld wordt behandeld met reguliere geneesmiddelen, kan zonder enig bezwaar

geprobeerd worden extra resultaat te krijgen door toepassing van enzympreparaten.

De enzympreparaten zijn met elk ander geneesmiddel te combineren.

                                                                                                                                                 

 

COMBINATIE VAN PREPARATEN.

 

Wanneer meerdere enzympreparaten moeten worden ingenomen bij behandeling van een ziektebeeld,

dan heeft het samen innemen van de preparaten de voorkeur.

Bij het samen innemen werken de preparaten synergetisch.

Bij patiënten boven 50 jaar is het aan te bevelen altijd Vasolastica aan de combinatie toe te voegen.

 

 

BIJ KINDEREN

 

Reeds lange tijd wordt enzymtherapie bij kinderen sublinguaal toegepast. Er zijn veel goede resultaten

bekend bij de behandeling van kinderen met ADHD, ontwikkelingsstoornissen, epilepsie, eczeem, astma,

bronchitis en spijsverteringsproblemen.

 

 

UITWENDIG GEBRUIK

 

Het preparaat Enzybios kan ook uitwendig gebruikt worden. Men kan een verdunning maken door

40 druppels op te lossen in een beetje water en dit gebruiken voor wondontsmetting.

Bij zwemmerseczeem 30 druppels Enzybios op een steriel gaasje doen, gaasje tussen de tenen doen en

op zijn plaats houden met een sok.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

DE MANIER VAN INNEMEN VAN SUBLINGUALE ENZYMPREPARATEN

 

De werking van sublinguale enzymtherapie berust op opname door de slijmvliezen van de mond.

Om een zo groot mogelijke opname te krijgen is het belangrijk dat de slijmvliezen schoon zijn.

De beste tijd van innemen is ’s morgens als men nog nuchter is.

 

Men doet het voorgeschreven aantal druppels van één of meerdere preparaten in een klein beetje water

in b.v. een borrelglaasje. Men kan de preparaten samen oplossen in een beetje water als men meerdere

enzympreparaten moet innemen. Samen ingenomen versterken ze elkaars werking.

Men houdt de vloeistof 1 minuut in de mond, daarna doorslikken.

Een kwartier wachten met eten.

 

Als men meerdere keren per dag enzympreparaten moet innemen, moet men voor inname de mond goed

spoelen met warm water zodat de slijmvliezen schoon zijn.

Daarna een kwartier wachten met eten.

 

Voor kinderen wordt een lagere dosering aangehouden:

 

beneden  2 jaar 15 druppels,

van  2 –  6 jaar  20 druppels,

van  7 – 12 jaar 25 druppels,

van 13 –15 jaar 30 druppels.

 

Als men de smaak niet lekker vind – wat bij kinderen nog wel eens voorkomt – dan kan men de druppels

in een beetje vruchtensap doen.

 

Nooit koolzuurhoudende dranken gebruiken om in te nemen!

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Richtlijn recepturen voor 

therapeutische toepassingen

             

Ofschoon bij enzympreparaten in principe een overdosis geen kwaad kan (een teveel wordt gewoon met de

urine uitgescheiden), is het natuurlijk om financiële reden zinnig om niet meer dan een werkzame dosis

voor te schrijven.

Deze richtlijn recepturen zijn tot stand gekomen in overleg met enkele artsen die de enzymtherapie toepassen.

Naar het inzicht van de arts of therapeut kan natuurlijk van de aangegeven dosering afgeweken worden.

 

 

Artsen en therapeuten kunnen genoemde preparaten bestellen bij:

Enzypharm B.V.

Postbus 205

3760 AE Soest

Tel.  034 – 24 50 932

Fax. 034 – 65 08 13 200

www.enzypharm.com

e-mail: info@enzypharm.nl

 

 

 

 

 

De goede resultaten die u behaalt met de enzymtherapie willen wij graag publiceren op onze website www.enzymtherapie.nl.

Het is onze bedoeling om op deze manier resultaten te verzamelen en u als behandelaar te vermelden bij de behaalde resultaten, zodat bezoekers van onze website u kunnen vinden wanneer ze met  enzymtherapie willen beginnen.

Uw brief kunt u sturen naar Patiëntenvereniging Enzymtherapie, Donkenweg 5, 4707XT Roosendaal.

E-mailen kan ook: enzymtherapie@hotmail.nl

Wilt u in uw brief of e-mail ook vermelden welke opleiding(en) u heeft gevolgd en bij welke erkende beroepsvereniging(en) u aangesloten bent.

 

 

RECEPTUREN

 

ADHD (KINDEREN)

Cerebrase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

ADHD (VOLWASSENEN)

cerebrase:      1 x 40 druppels per dag

 

Afweersysteem versterken       

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

Allergieën BIJ VOLWASSENEN       

Atopase:         1 x 40 druppels per dag

De therapie kan gestaakt worden als

de allergieklachten verdwenen zijn.

 

ALLERGIEËN BIJ KINDEREN

Atopase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

De therapie kan gestaakt worden als de allergieklachten verdwenen zijn.

 

Alzheimer (ziekte van)       

Vasolastica:    1 x 50 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 50 druppels per dag

De therapie moet langere tijd worden volgehouden.

 

Anorexia nervosa     

Cerebrase:     1 x 50 druppels per dag

 

Angina pectoris           

Vasolastica:   1 x 50 druppels per dag

 

Artritis – Artrose     

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Chondrase:     1 x 40 druppels per dag

Enzybios :      1 x 40 druppels per dag

 

Astma bIJ VOLWASSENEN

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

Atopase:         1 x 40 druppels per dag

 

ASTMA BIJ KINDEREN

Cerebrase

Atopase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

Astmatische bronchitis

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

Atopase:         1 x 40 druppels per dag

 

Beroerte (nabehandeling)

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Cerebrase :    1 x 40 druppels per dag

 

Blaasontsteking

Enzybios:       3 x 30 druppels per dag

 

Bloedvaten (vernauwing)

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

 

Bronchitis bij volwassenen

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

BRONCHITIS BIJ KINDEREN

Enzybios

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

BÜRGER (ZIEKTE VAN)

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

Burnout

Vasolastica:    1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

CATARACT

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Visase:            1 x 40 druppels per dag

 

Cholesterolgehalte te hoog

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

 

Concentratiestoornissen (kinderen):

Cerebrase: voor dosering zie blz. 43

 

Concentratiestoornissen (ouderen)

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

 

CROHN (ZIEKTE VAN)

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

CVS

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

Dementie   (beginnend)

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

De therapie moet langere tijd worden volgehouden.

 

Depressiviteit bij ouderen          

Vasolastica:   1 x 50 druppels per dag

Cerebrase:     1 x 50 druppels per dag

 

Diabetestype II

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

 

Dikke darm (ontsteking van)

Cerebrase:     1 x 40 druppels per dag

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

Doorbloedingsstoornissen van de huid

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

 

Doorliggen

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Enzybios: wonden ontsmetten zie blz. 42

               

Duizeligheid     

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

 

Eczeem bij kinderen

Atopase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

Eczeem bij ouderen

Chondrase:     1 x 40 druppels per dag

Atopase:         1 x 40 druppels per dag

 

Epilepsie (kinderen)

Cerebrase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

Epilepsie (ouderen)

Cerebrase: 1 x 40 druppels per dag

Vermindert de bijwerkingen van anti-epileptica

 

Etalagebenen

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

 

Examenvrees    

Cerebrase:     1 x per dag 40 druppels

 

Fibromyalgie

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Chondrase:     1 x 40 druppels per dag

Enzybios :      1 x 40 druppels per dag

 

GewrichtsONTSTEKINGEN

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Chondrase:     1 x 40 druppels per dag

Enzybios:       1 x 40 druppels per dag

 

GLAUCOOM

Vasolastica:   1 x 40 druppels per dag

Visase:            1 x 40 druppels per dag

 

Gordelroos

Chondrase:     2 x 40 druppels per dag

Enzybios:       2 x 40 druppels per dag

Lokaal uitwendig behandelen

 

Griep

Enzybios:                   3 x 30 druppels per dag

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

   

KEELONTSTEKING

Enzybios:                   3 x 30 druppels per dag

lang in de mond houden en gorgelen

HARTFALEN

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

Chondrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Hartinfarct (nabehandeling)

Vasolastica:               1 x 50 druppels per dag

 

Hoge bloeddruk

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Hoofdpijn (oorzaak stress)

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Hoofdpijn  (oorzaak vaatproblemen)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Hoofdpijn (migraine)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Hoofdpijn bij kinderen

Cerebrase: voor dosering zie blz. 43

 

Hooikoorts bij kinderen

Atopase: voor dosering zie blz. 43

 

HOOIKOORTS BIJ VOLWASSENEN

Atopase:                    1 x 40 druppels per dag

 

 

HOORNVLIESVERTROEBELING

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Visase:                       1 x 40 druppels per dag

 

Huidproblemen bij diabetici

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Impotentie:

Vasolastica:               1 x  40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x  40 druppels per dag

 

Innerlijke onrust bij ouderen

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Ischias

Chondrase:                1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   3 x 30 druppels per dag

 

Jicht

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   1 x 40 druppels per dag

Chondrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Koude handen en voeten

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Lage bloeddruk

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Leerproblemen bij kinderen

Cerebrase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

Longemfyseem

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   1 x 40 druppels per dag

Atopase:                    1 x 40 druppels per dag

 

M.E.

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   1 x 40 druppels per dag

 

Menstruatieproblemen

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Migraine (klassiek)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Multiple sclerose

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   1 x 40 druppels per dag

 

Nervositeit

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

NEUROVEGETATIEVE DYSTONIE (volwassenen )

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

NEUROVEGETATIEVE DYSTONIE (KINDEREN)

Cerebrase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

 

Ontwikkelingsstoornissen bij kinderen

Cerebrase

Voor dosering: zie innemen van sublinguale enzympreparaten

De therapie moet langere tijd voorgezet worden.

 

Oogaandoeningen

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Visase:                       1 x 40 druppels per dag

Visase niet als oogdruppels toe te passen.

 

Open benen

Vasolastica:               1 x 50 druppels per dag

Enzybios: zonodig lokale toepassing bij infectie

 

Overgangsklachten

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Pfeifer (ziekte van)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   2 x 40 druppels per dag

 

Postnatale depressie

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Postviraal syndroom

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   1 x 40 druppels per dag

 

Prostaatvergroting

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

QUINCKES OEDEEM

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Atopase:                    1 x 40 druppels per dag

  

Raynaud (ziekte van)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x  40 druppels per dag

 

Resistente bacteriën

Enzybios:                   2 x 40 druppels per dag

 

Reuma

Chondrase:                1 x 40 druppels per dag

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Enzybios:                   1 x 40 druppels per dag

 

SINUSITIS

Enzybios:                   3 x 30 druppels per dag

 

Slapeloosheid

Vasolastica:               1 x 40 druppels, 1 uur voor het slapen

Cerebrase:                1 x 40 druppels, 1 uur voor het slapen

 

Slecht geheugen

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Spataderen (pijnlijke)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Spruw

Enzybios:                   2 x 40 druppels per dag

Langere tijd in de mond houden

 

Staar

Vasolastica:               40 druppels per dag

Visase:                       40 druppels per dag

 

Stress (BIJ BURN OUT of CHRONISCHE ZIEKTEN)

Vasolastica:               40 druppels per dag

Cerebrase:                40 druppels per dag

 

Trombose (voorkomen en nabehandeling)

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Vaatproblemen bij diabetici

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Vaatvernauwingen in de benen

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

 

Vergeetachtigheid BIJ OUDEREN

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Verkoudheid

Enzybios:                   3 x 30 druppels per dag

 

Vermoeidheid

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Virusinfecties

Enzybios:                   3 x 30 druppels per dag

 

Wondgenezing

Vasolastica:               1 x 40 druppels per dag

Chondrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Zwakke zenuwen

Cerebrase:                1 x 40 druppels per dag

 

Zwangersschapsbraken                

Cerebrase:                1x 40 druppels ’s avonds

 

Zwemmerseczeem

Enzybios: steriel gaasje nat maken en daarop

30 druppels Enzybios op een steriel gaasje doen, 

gaasje tussen de tenen doen 

en op de plaats houden met een sok.

 

 

BESTELLEN BOEKJE ENZYMTHERAPIE

door  € 3,00 over te maken op:

Postbank rekening 30 43 679

t.n.v. Patientenvereniging Enzymtherapie, Roosendaal.

Onder vermelding van ENZYMTHERAPIE en uw ADRES